In perspectief: biofarma is essentieel voor verzwakt Belgisch concurrentievermogen
12-01-2010
Eind 2009 heeft de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) bekend gemaakt dat de Belgische concurrentiekracht de laatste jaren is verzwakt in vergelijking met de andere Europese lidstaten (EU 15) 1. Daarop heeft het VBO begin januari het concurrentievermogen van de bedrijven als voornaamste aandachtspunt voor 2010 naar voren geschoven 2. Jobs zijn primordiaal voor onze welvaart, maar nieuwe arbeidsplaatsen kunnen er enkel komen als de Belgische bedrijven beter doen dan de buitenlandse concurrenten.
Het CRB-rapport ziet maar één remedie: de creatieve economie in ons land versterken door innovatie te stimuleren. Zin voor innovatie en publiek-private samenwerking is volgens het rapport een noodzaak voor de uitbouw van de R&D-activiteiten: "Dit vereist een innovatiecultuur binnen zowel de bedrijven, de overheid als de ganse maatschappij" en "Naast interne bronnen vereist innovatie ook steeds meer interactie met externe kennisbronnen", staat er te lezen.
In die context zijn kennisintensieve activiteiten zoals biofarmaceutische R&D van groot belang. Het zijn immers R&D-intensieve sectoren zoals de biofarma die toegevoegde waarde creëren voor onze economie. Geen enkele andere sector investeert zoveel in R&D en innovatie in België als de biofarmaceutische. De sector is vandaag verantwoordelijk voor niet minder dan 40 % van de privé-investeringen in R&D in ons land.
"De versterking van de interactie tussen bedrijven en kennisinstellingen is doorslaggevend voor de uitbouw van een innoverende economie", aldus de CRB. België heeft een goed uitgebouwd netwerk van universiteiten, ziekenhuizen, kenniscentra, spin-offs, biotech-bedrijven, biofarmaceutische multinationals en KMO's. Samen vormen zij een goede voedingsbodem voor biofarmaceutische R&D. België is per capita onder meer Europees koploper in klinische studies. Nagenoeg 9 % van de in Europa uitgevoerde klinische studies vindt plaats in België (Bron: FAGG). Samen met de hoogstaande kwaliteit van onze onderzoekers is dit brede netwerk een belangrijke troef om biofarmaceutische research in ons land te bewaren.
Daarnaast kan de sector enkel dankzij een hoogstaand netwerk met de medische en academische wereld evolueren naar een open innovatie model om zijn verschillende uitdagingen te kunnen beantwoorden; het gaat meer bepaald om de aflopende octrooien, de groeiende R&D-uitgaven, het steeds complexere karakter van research en de toenemende overheidsvereisten.
Verder levert de biofarmaceutische researchindustrie in ons land meer dan de helft van de privé-bijdrage tot het behalen van de Lissabonnorm. Het zijn dan ook hoogtechnologische sectoren zoals de life sciences en de biofarma die de innoverende kracht van onze economie versterken. Dat het aandeel van de biofarma in de R&D in België groot is, blijkt ook uit een recente ledenenquête van essenscia omtrent de onderzoeksuitgaven van de chemische industrie, de biofarma en de lifesciences. 70 % van de bedrijven uit deze sectoren spendeerde in 2008 gezamenlijk 20 miljoen euro meer in onderzoek dan in 2007. In totaal investeerden zij 2,34 miljard euro in 2008. De geneesmiddelensector heeft in 2008 alleen niet minder dan 1,9 miljard euro aan R&D besteed. Dat betekent dat de sector de helft van elke euro die de ziekteverzekering uitgeeft aan de terugbetaling van geneesmiddelen herinvesteert in onderzoek in België.
Het grootste deel van de R&D-uitgaven wordt in ons land gerealiseerd door filialen van buitenlandse bedrijven. Daardoor is onze economie in deze tijden van R&D-globalisering kwetsbaar voor delokalisatie. Onze biofarma vormt daarop geen uitzondering. In de internationale hoofdzetels van de biofarmaceutische multinationals wordt de beslissing over een vestigingsplaats genomen op basis van drie criteria: het algemeen investeringsklimaat, een kwalitatief netwerk en een goede gezondheidszorg, en de lokale marktomstandigheden. Naast het performante medisch-academische netwerk in ons land, heeft de overheid de laatste jaren verschillende aanmoedigingen gelanceerd voor de R&D-activiteiten in België, zoals de belastingvermindering op de inkomsten uit intellectuele eigendom en de lastenverlaging voor onderzoekers.
Maar de Belgische markt heeft nog steeds een prijshandicap voor octrooigeneesmiddelen. Zo zijn de 100 meest verkochte voorschriftplichtige geneesmiddelen tussen de 6,5 en 33 % goedkoper in België dan in de buurlanden (gegevens van pharma.be voor september 2009). Ook de procedures en wachttijden die een nieuw geneesmiddel doorloopt, vooraleer het beschikbaar wordt voor de patiënt, zijn in ons land voor verbetering vatbaar. Een performant geneesmiddelenbeleid is noodzakelijk om de sterke aanwezigheid en de prestaties van de biofarma in ons land te vrijwaren op het vlak van R&D-investeringen, tewerkstelling, productie en export. De recente aankondigingen van enkele grote firma's inzake herstructureringen onderstrepen die noodzaak.
1 Het CRB heeft de innovatie-inspanningen van alle sectoren gemeten aan de hand van de Lissabonnorm. Dat is een Europese afspraak om tegen 2010 3 % van het BNP te besteden aan R&D. In 2008 hebben de Belgische bedrijven en de overheid 1,87 % van het BNP geïnvesteerd in R&D tegenover 1,83 % in 2007. België doet het dus een tikje beter dan het voorgaande jaar maar er is nog een lange weg af te leggen.
De bedrijven in België scoren niet onaardig in Europees perspectief. Met 1,1 % van het BNP doen zij het 0,1 % beter dan het Europees gemiddelde van ondernemingen. Daarmee laten zij ook de publieke sector in ons land, die 0,45 % van BNP inneemt, achter zich. Het Europees gemiddelde voor overheden bedraagt trouwens 0,64 %.
Klik hier voor het CRB-rapport en de analyse van het VBO.
2 Klik hier voor het persbericht van het VBO van 5/1/2010: Wat vreet er aan de fundamenten van de Belgische welvaart? VBO roept op tot een concurrentieagenda
Klik hier voor het persbericht van essenscia van 17/11/2009

