Artikel 10 van de wet op de geneesmiddelen

Artikel 10 van de Wet op de Geneesmiddelen van 25 maart 1964 bepaalt de algemene regels inzake informatieverstrekking over geneesmiddelen. Dit wetgevend kader beoogt een correcte en transparante relatie tussen de farmaceutische industrie en de zorgverstrekkers. De kennisuitwisseling in beide richtingen is immers de basis en stimulans voor elke wetenschappelijke vooruitgang.

In artikel 10 wordt het algemeen verbod geformuleerd om voordelen toe te kennen aan zorgverstrekkers in het kader van het voorschrijfgedrag, de aflevering en de toediening van medicijnen.

Daarbij heeft de wetgever in artikel 10 drie uitzonderingen voorzien:

1. de premies en voordelen van zeer geringe waarde gerelateerd aan de beroepsuitoefening. Wat betreft deze uitzondering gelden er voor pharma.be leden specifieke deontologische verplichtingen.
Lees de pharma.be brochure
2. de vergoeding van legitieme prestaties met een wetenschappelijk karakter. Wat betreft deze uitzondering gelden er voor pharma.be leden eveneens specifieke deontologische verplichtingen.
Code voor deontologie van pharma.be
3. de uitnodiging tot en bekostiging van de deelname aan wetenschappelijke manifestaties.
Sinds 1 januari 2007 geldt de verplichting dat elke producent of leverancier van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen die een beroepsbeoefenaar uit de gezondheidssector wenst uit te nodigen om deel te nemen aan een wetenschappelijke manifestatie die over meerdere opeenvolgende kalenderdagen verloopt, daaraan voorafgaand een visum moet aanvragen. Pas als het visum verleend is, kan de beroepsbeoefenaar aan de wetenschappelijke manifestatie deelnemen.

Mdeon, het gemeenschappelijk deontologisch platform van Belgische gezondheidspartners, werd op 19 maart 2007 officieel erkend om deze visa te verlenen. Ze krijgt daarbij ondersteuning van het federaal geneesmiddelenagentschap (FAGG).