Geneesmiddelen en reclame

Specifieke wetgeving

De reclame voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik is, naast de algemene reglementering op het gebied van reclame, onderworpen aan een specifieke wetgeving die gericht is op een rationeel gebruik van de geneesmiddelen, in alle objectiviteit en op basis van correcte en volledige informatie.

In België wordt dit wettelijk omkaderd in de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en het koninklijk besluit van 7 april 1995 betreffende de voorlichting en de reclame inzake geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

Voor meer informatie in verband met reclame voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kan u terecht op de website van het FAGG. Daar kan u meer achtergrond terugvinden over de regels met betrekking tot reclame in het algemeen, inzake publiciteit naar het grote publiek, en de promotie gericht aan de gezondheidszorgbeoefenaars.

Bureau van Toezicht op de Geschreven Communicatie (BTGC)

Sinds 2010 waakt het onafhankelijk orgaan ‘Bureau van Toezicht op de Geschreven Communicatie’ (BTGC) over de kwaliteit van de schriftelijke informatie die de leden van pharma.be naar professionele zorgverleners richten. Iedere maand onderzoeken experts van het BTGC de geschreven communicatie van vijf willekeurig gekozen geneesmiddelen van pharma.be leden. Op die manier werd sinds 2010 het promotiemateriaal van meer dan 220 geneesmiddelen aan een evaluatie onderworpen.

Het BTGC houdt toezicht op de overeenstemming van de geschreven communicatie van de farmaceutische ondernemingen naar de gezondheidszorgbeoefenaars met de bepalingen van de Code voor deontologie en met de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake (art. 61 en volgende van de Code voor deontologie van pharma).

Het laatste BTGC rapport kan op eenvoudig verzoek opgevraagd worden bij pharma.be.