3 leidende vrouwen over de uitdagingen in de geneesmiddelenindustrie

20/05/2015

Voor de buitenwereld is het wellicht één van de best bewaarde geheimen dat aan het hoofd van pharma.be een volledig vrouwelijk team staat. Tijd om deze vrouwen even in de kijker te zetten.

Catherine Rutten, CEO van pharma.be, staat sinds september 2013 in voor de dagelijkse leiding van de vereniging, terwijl Sonja Willems (Janssen-Cilag, en pharma.be voorzitter sinds 2012) en Patricia Massetti (MSD, ondervoorzitter sinds januari 2015) hun activiteiten binnen de associatie combineren met hun positie als Algemeen Directeur van twee van de grootste biofarmaceutische bedrijven in ons land. Naar aanleiding van de lancering van de pharma.be Newsletter, hadden we een gesprek met hen over de uitdagingen en de opportuniteiten voor de biofarmaceutische industrie in België.

 

 
 
 
 
 
 
 
Catherine Rutten (CEO pharma.be), Patricia Massetti (Ondervoorzitter pharma.be - MSD Belgium) en Sonja Willems (Voorzitter pharma.be - Janssen-Cilag Benelux)

CATHERINE RUTTEN: Ik heb inderdaad nog geen lange geschiedenis in de biofarmaceutische sector, in mijn vorige functie was ik actief bij de regulator van de post- en telecomdiensten. Maar ik ben verrast door wat ik hier gevonden heb. We weten als burgers eigenlijk niet of nauwelijks hoe belangrijk België als farmaland is. Al snel ben ik geïntrigeerd geraakt door de passie van de 34.000 medewerkers in deze sector: van de onderzoekers in de labo's tot de medewerkers in de productie-eenheden en de distributiecentra ... Zij zetten zich dag in dag uit in om, samen met andere gezondheidsactoren, naar oplossingen te zoeken om de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren. En dit niet alleen in België, maar voor patiënten wereldwijd. Ik ben echt trots om te kunnen werken voor een sector die een boodschap van hoop brengt voor patiënten en hun families.

SONJA WILLEMS: Ook op Europees vlak blinkt de Belgische biofarmaceutische industrie uit: België bekleedt de derde plaats op het gebied van het aantal octrooien dat wordt neergelegd, en neemt wereldwijd de 5de positie in wat het aantal nieuwe molecules in ontwikkeling betreft. En dit voor indicaties waar er nog een grote "unmet medical need" is voor patiënten wereldwijd. Vorig jaar werd er in de biofarmaceutische sector voor 2,358 miljard euro geïnvesteerd in O&O. Op het gebied van productie zijn we de 5de grootste producent in de Europese Unie (EU) dankzij heel performante 'state of the art' productievestigingen in ons land. Zij produceren en exporteren geneesmiddelen voor de hele wereld, voor een totale waarde van nagenoeg 40 miljard euro in 2014. In de EU moeten we enkel Duitsland laten voorgaan als groter exportland [2].

PATRICIA MASSETTI: Naast die economische indicatoren, zijn er ook de klinische en medische aspecten waarop België hoog scoort. Denk dan maar aan de klinische studies. Dankzij de goede samenwerking met de Belgische academische centra en de snelle goedkeuringsprocedures bij het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG), is België de Europese nummer 1 wat het aantal klinische studies per capita van de bevolking betreft. Op mondiaal vlak doet enkel de VS het beter. In 2014 liepen er in België niet minder dan 1.500 klinische studies, waarvan 70 % (mede-) gefinancierd door de industrie. Elk jaar worden meer dan 170.000 patiënten in België betrokken bij een klinische studie, die op deze manier snel en kosteloos toegang krijgen tot de nieuwste therapiëen [3].

CATHERINE RUTTEN: Klinische studies zijn dikwijls de laatste hoop voor patiënten om hun levenskwaliteit te verbeteren, hun levensduur te verlengen of kans te maken op genezing. Daarnaast zijn ze ook van onschatbare waarde voor de academische en medische gemeenschap in ons land. Dankzij klinische studies krijgen onze Belgische wetenschappers al in een vroeg stadium toegang tot nieuwe en veelbelovende geneesmiddelen en behandelingen. Die klinische praktijkervaring geeft hen vaak een streepje voor op hun buitenlandse collega's.

U schetst een heel positief beeld van de sector. Nochtans staat de sector voor heel grote uitdagingen en komt ze geregeld eens onder vuur te liggen. 

PATRICIA MASSETTI: Sommige artikels en vragen die de media, de gezondheidsactoren of de bevolking zich stellen, moeten ons ertoe aansporen om nog meer en nog beter te communiceren. Over ons businessmodel bijvoorbeeld, dat risicovol is en een grote onzekerheid vertoont wat betreft het terugverdienen van de investeringen. Het is nog te weinig geweten dat de ontwikkeling van een nieuwe geneesmiddel 12 à 13 jaar lang investeringen vergt vooraleer het eerste doosje voor een patiënt beschikbaar is. 

SONJA WILLEMS: We moeten ook meer communiceren over de principes en de ethische waarden die onze sector hoog in het vaandel draagt, en die vervat liggen in onze deontologische code en ons dagelijks handelen. Over de uitdagingen waar we voor staan, zowel op medisch als op maatschappelijk vlak, en de bijdrage die de biofarmaceutische bedrijven kunnen leveren tot het lenigen van die noden. Vandaar dat we vandaag dit initiatief van de pharma.be Newsletter lanceren. Niet alleen om onze activiteiten en onze sterktes onder de aandacht te brengen, maar evenzeer om inspirerende verhalen te brengen en een extra dynamiek te brengen aan de constructieve dialoog met onze partners in de gezondheidszorg.

CATHERINE RUTTEN: In een periode waarin onze geneesmiddelen voor het eerst Hepatitis C patiënten volledig genezen van hun ziekte, waarin we op de drempel staan van veelbelovende omwentelingen - sommige spreken zelfs van een ware revolutie - in het behandelingen en terugdringen van kanker, waarin we grote stappen voorwaarts hebben gezet in het isoleren en bestrijden van het ebola-virus - onder meer via twee vaccins die hier in België ontwikkeld werden - moeten we op een positieve manier en met een gezonde dosis trots durven vertellen waar we voor staan, wat we realiseren, en wat ons drijft.

Wie of wat drijft jullie dan?

SONJA WILLEMS: Wat ons drijft, is de patiënt. In onze bedrijven werken onze mensen de klok rond om de levenskwaliteit en het welzijn van de patiënt en zijn of haar omgeving te optimaliseren. Daarbij gaat het vaak om grote stappen voorwaarts - Catherine heeft er net een aantal opgesomd. Maar soms gaat het ook over kleine wijzigingen, maar met een grote impact op de levenskwaliteit van de patiënt: het aanpassen van een regime van drie naar één pil per dag, of van een dagelijkse injectie naar een wekelijkse. Er zijn zoveel voorbeelden van het vergroten van de levenkwaliteit.

PATRICIA MASSETTI: Of zoals een patiënt onlangs getuigde: dankzij het geneesmiddel kan ik de paar stappen zetten om van mijn woonkamer naar mijn auto te stappen, en eens ik in de auto zit, heb ik weer het gevoel van vrijheid, en kan ik overal naar toe. Voor die patienten doen we het uiteindelijk.

SONJA WILLEMS: Weet je, in onze kantoren in Beerse hangt een levengrote foto van Dr. Paul Janssen die je - op zijn eigen charismatische manier - recht in de ogen kijkt, en je aanspoort: "de patiënt is aan het wachten". Ik kan je niet vertellen welke enorme kracht er van dat beeld uitgaat, en hoe ongelooflijk motiverend dat werkt op al mijn medewerkers. Bij uitbreiding denk ik dat die voor iedereen geldt die in de biofarmaceutische wereld tewerkgesteld is. 

PATRICIA MASSETTI: Ik kan dat beamen, en ik wil er graag nog aan toevoegen dat, in weerwil van wat sommigen daar soms over denken, we die ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen niet louter vanuit ons eigen hoekje doen. Alsof de ontwikkeling van geneesmiddelen alleen "aanbodgestuurd" zou zijn en geen rekening zou houden met de maatschappelijke vragen en noden. Integendeel, de ontwikkeling van geneesmiddelen verloopt inherent op een vraaggestuurde manier, vanuit de maatschappelijke noden. Farmaceutische bedrijven leven niet in een maatschappelijk vacuüm.

CATHERINE RUTTEN: Het is net over de doelstellingen en het lenigen van medische en maatschappelijke noden dat we in debat treden met de overheid en met de andere actoren in de gezondheidszorg: wat zijn de objectieven van het beleid, waar zijn de noden, en op welke domeinen situeren zich de grootste lacunes en moeten we samen trachten oplossingen te vinden? De nieuwe ETA/ETR (Early Temporary Authorisation/Early Temporary Reimbursement) procedure bijvoorbeeld, waarbij de overheid binnenkort een aantal prioritaire aandachtsdomeinen van "unmet medical need" zal identificeren, in overleg met de bedrijven, is daar een mooie illustratie van.

Wat zijn de eerstvolgende uitdagingen voor pharma.be?

CATHERINE RUTTEN: Die zijn legio, en hebben vooral betrekking op het verder kunnen versterken van ons Belgische biofarmaceutische ecosysteem. De ruim 130 leden van pharma.be vragen daarvoor eerst en vooral een stabiel en vooruitziend beleidskader zodat zij hun activiteiten kunnen plannen op korte en middellange termijn. Daarom is het voor de sector in het verleden dikwijls zeer frustrerend geweest om, ondanks het feit dat geneesmiddelen slechts 11% van het totale gezondheidsbudget uitmaakten, de sector toch telkens weer het grootste deel van de besparingen te verwerken kreeg. Dit gebeurde vaak op een onvoorspelbare manier. Die situatie was niet langer houdbaar.

PATRICIA MASSETTI: Niets is moeilijker voor een bedrijfsleider om elk jaar, of beter, elke begrotingscontrole, opnieuw zijn vooruitzichten te moeten aanpassen op basis van ad hoc besparingsmaatregelen die aan de sector werden opgelegd. De signalen die de regering in het regeerakkoord en Minister van Volksgezondheid De Block in haar beleidsnota gegeven heeft om te werken aan zo een stabiel kader, zijn hoopgevend.

CATHERINE RUTTEN: Met de komst van Minister De Block op Volksgezondheid, iemand die de gezondheidssector van binnenuit kent, en de installatie van de regering voor een periode van vijf jaar, hebben we inderdaad voor het eerst sinds lang het gevoel dat er op langere termijn kan gewerkt worden. De begrotingsmaatregelen van november 2014 hadden duidelijk tot doel om de concurrentie volop te laten spelen op de post-octrooi markt, en daar budgettaire ruimte vrij te maken om innovatie een kans te geven. We hebben een goede analyse kunnen maken van de toekomstige uitgaven en zien dat de komende jaren de automatische besparingen in de post-octrooimarkt nagenoeg volledig de uitgaven voor nieuwe geneesmiddelen zullen dekken. Dat schept zekerheid voor de overheid, die haar uitgaven onder controle moet houden. Daar hebben wij alle begrip voor.

SONJA WILLEMS: De overheid kan dus gerust zijn wat de uitgaven voor geneesmiddelen betreft. Nu willen we met de minister werken aan het wegwerken van onzekerheden voor de bedrijven op het reglementerend kader. Samen met haar willen we de snellere toegang tot innovatie nu verankeren in een stabiliteitspact voor de hele sector. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijk pact ons in staat zal stellen om het unieke Belgische biofarmaceutische ecosysteem verder te versterken, en snellere en betere toegang te voorzien tot nieuwe behandelingen voor de patiënten in ons land. Want zij wachten.