Het geneesmiddel

Vrij verkrijgbare en voorschriftplichtige geneesmiddelen 
Over het algemeen schrijft de arts een geneesmiddel voor en levert de apotheker het vervolgens af aan de patiënt. Tal van geneesmiddelen kunnen enkel worden voorgeschreven onder bepaalde voorwaarden en aan een bepaald type van patiënten. De diagnose van de arts is essentieel om het geneesmiddel voor te schrijven dat het best beantwoordt aan de noden van de patiënt.

Daarnaast kunnen patiënten bepaalde geneesmiddelen verkrijgen zonder voorschrift van een arts. Deze vrij verkrijgbare geneesmiddelen, ook bekend als OTC-geneesmiddelen (‘over the counter’), voorkomen of behandelen kwalen en symptomen die goedaardig of van voorbijgaande aard zijn. Zoals alle geneesmiddelen zijn ze onderworpen aan strenge vereisten op vlak van kwaliteit, doeltreffendheid en veiligheid. OTC-geneesmiddelen zijn uitsluitend in de apotheek verkrijgbaar.

Zelfzorg veronderstelt een aantal voorzorgen. Zo mogen OTC-geneesmiddelen maar gedurende een beperkte tijd gebruikt worden. In bepaalde gevallen kan enkel de consultatie van een arts uitkomst bieden. Dit is met name het geval als:

De zoektocht naar een nieuw geneesmiddel is een lange weg vol hindernissen.

  • Het ontwikkelingsproces van een nieuw geneesmiddel neemt 12 tot 16 jaar in beslag. Een octrooi vervalt na 20 jaar.
  • De gemiddelde kostprijs voor het ontwikkelen van een geneesmiddel bedraagt zo’n 1 miljard €. Bovendien worden de ontwikkelings-en productietechnieken van nieuwe geneesmiddelen almaar duurder (onder andere biotechnologie).
  • Gemiddeld wordt slechts 1 geneesmiddel op 10.000 nieuwe chemische entiteiten uiteindelijk gecommercialiseerd en gemiddeld is slechts 1 geneesmiddel op 3 rendabel. Firma’s financieren de research naar innovatieve geneesmiddelen uitsluitend uit de opbrengst van de verkoop van bestaande geneesmiddelen.